Protocollen voeding

 

Voedingsadviezen bij (stoma en) gebruik parenterale voeding (TPV)

 

Parenterale voeding wordt voorgeschreven als de darm niet of niet voldoende opname mogelijkheid heeft voor de voeding die gegeten en gedronken wordt. In parenterale voeding zitten alle voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft. Dit houdt in dat er naast de parenterale voeding eigenlijk niets gegeten en/of gedronken hoeft te worden. Maar helemaal niets eten is tegennatuurlijk. Als er toch gegeten wordt naast de parenterale voeding dan kan het zijn dat een deel van de voedingsmiddelen toch opgenomen worden.

Dit kunt u merken doordat het lichaamsgewicht gaat stijgen. Als dit zo is dan kan er besloten worden door uw arts of een medewerker van het tpv&darmfalenteam om minder TPV te nemen, minder volume per dag te nemen of een dagje TPV over te slaan.

 

Meer voeding in het maag-darmkanaal kan aanleiding geven tot diarree/grotere stomoutput. Om toch te kunnen eten hieronder adviezen om uw voeding aan te passen om de (kans op) diarree te beperken.

 

Algemeen

 

  • Eet rustig en kauw uw eten goed. Ongekauwde voedselresten versnellen de voedselpassage in de darm en kunnen een eventueel stoma, fistel of vernauwing verstoppen.
  • Gebruik geen grote hoeveelheden voedsel tegelijk.
  • Verdeel uw voeding over de hele dag. Gebruik om de 2 à 3 uur een (kleine) maaltijd door hoofdmaaltijden af te wisselen met ‘tussendoortjes’.
  • Houd uw gewicht goed in de gaten (1 x per week wegen op dezelfde tijd en dezelfde omstandigheden),

 

Vocht

De arts heeft met u afgesproken dat u maximaal ……….. ml vocht per dag gebruikt.

Het is belangrijk om voldoende te blijven plassen. Indien u weinig plast (minder dan 1 liter) en/of de urine donker van kleur is, kan dit een teken van uitdroging zijn.

Andere klachten van een vochttekort zijn: dorst, sufheid, vermoeidheid, hoofdpijn en een verminderde eetlust.

Een oorzaak hiervan kan zijn dat u onvoldoende vocht binnen krijgt (via het infuus). Het kan echter ook komen doordat u juist teveel drinkt, waardoor u extra vocht (en ook zouten) via de ontlasting verliest. Het is dus van belang hier een juiste balans in te vinden. Als er een vochttekort wordt geconstateerd is het beter om via de intraveneuze weg vocht toe te dienen dan extra te drinken. Neem hierover contact op met het TPV team of uw arts.

Het advies is om naast intraveneuze voeding en vocht uw vochtinname te beperken.

  • Dranken bij voorkeur in kleine slokjes nemen en goed spreiden over de dag.
  • Probeer vocht zoveel mogelijk te combineren met eten.
  • Gebruik van koffie beperken tot maximaal 2 kopjes per dag
  • Gebruik van koolzuurhoudende dranken beperken tot maximaal 2 glazen per dag
  • Gebruik bij voorkeur geen ijskoude dranken

 

Welke dranken kunt u het beste drinken?

 

Drink bij voorkeur isotone drank

Isotone drank bevat ongeveer dezelfde hoeveelheid suikers en zouten als in het bloed en worden hierdoor snel door het lichaam opgenomen. Maak hier bij voorkeur gebruik van.

 

ORS is een drank die wordt bereid door zakjes poeder op te lossen in water. Het product is verkrijgbaar bij de apotheek en drogist. ORS heeft een zodanige samenstelling dat het snel opgenomen wordt in het lichaam.

 

Gebruik daarnaast bij voorkeur bouillon, soep, cup à soup, tomatensap of groentesap (met per glas een mespuntje toegevoegd zout), karnemelk of limonade van een klein beetje siroop en een mespuntje zout (15 ml siroop in 250 ml water + 0,25 g zout).

Isotone sportdranken bevatten weinig zout. Het is goed om ook hier een mespuntje zout aan toe te voegen.

Indien u deze dranken drinkt zonder een zoutrijk product erbij te gebruiken, leidt dit tot extra zoutverlies via de ontlasting. Voorbeelden van zoutrijke producten zijn zoute stokjes, zoute koekjes, chips maar ook brood of een warme maaltijd.

 

Voorbeelden van isotone sportdranken zijn:


 

AA Drink Isotone

AA Drink Pro-Energy

AA Drink Iso-Lemon

Isostar Hydrate & Perform (poeder)

Gatorade

Extran Hydro

Aquarius


 

Niet geschikt zijn o.a: AA Drink High-Energy, AA Drink Sportwater, Extran Energy

 

Beperk de inname van hypotone en hypertone dranken (maximaal 250 ml per dag)

 

Deze dranken bevatten een verkeerde (teveel/te weinig) hoeveelheid suiker of zout, waardoor de hoeveelheid ontlasting en het zoutverlies via de ontlasting kan toenemen. Drink in totaal maximaal 250 ml van deze dranken.

 

Voorbeelden van hypotone dranken zijn:

  • kraan- en mineraalwater
  • thee en koffie zonder suiker
  • light frisdrank en limonade met zoetstof
  • sportwater: AA- Drink Sportwater, Aquana Sportwater

Voorbeelden van hypertone dranken zijn:

  • frisdranken, bijvoorbeeld cola, 7-up en sinas
  • thee en koffie met meer dan 2 klontjes suiker per kop
  • limonade, Roosvicee
  • vruchtensap, bijvoorbeeld appelsap en sinaasappelsap
  • energy-drinks, bijvoorbeeld Extran Energy, AA- Drink High Energy,
  • drinkvoedingen, bijvoorbeeld Nutridrink Juice Style

 

Verstopping van stoma, fistel of vernauwing

 

Bij een stoma, fistel of vernauwing in de darm moet u geen gebruik maken van draderige producten, taaie producten, velletjes en pitjes.

 Producten die dan vermeden moeten worden zijn:


 

  • asperges
  • bleekselderij
  • champignons
  • maïs
  • zuurkool
  • harde rauwkost
  • noten en pinda’s
  • taai en draderig vlees
  • citrusfruit
  • verse ananas
  • gedroogde vruchten, zoals dadels, vijgen, pruimen, kokosproducten, popcorn, amandelspijs


 

 

Zout

Om het verlies van zout met de ontlasting aan te vullen wordt u geadviseerd extra zout te gebruiken. Keukenzout (natriumchloride, afgekort NaCl), kunt u ruim over uw voeding strooien.

Producten die veel zout bevatten en dus goed zijn om te gebruiken:

  • keukenzout
  • soep en bouillon
  • smaakmakers, zoals aromat, ketjap (zoet en zuur), maggi, tomatenketchup, curry
  • vleeswaren en (smeer)kaas        
  • tomaten- en groentesap (met zout)                                             
  • zoute stokjes, pretzels
  • chips (bevatten veel vet, dus beperkt gebruiken)
  • zure en zoute haring

 

Onderstaande klachten kunnen wijzen op een zouttekort:


 

  • vermoeidheid                               
  • duizeligheid                                  
  • prikkelbaarheid                            
  • slaapstoornissen                          
  • concentratiestoornissen
  • spierkrampen
  • snel gewichtsverlies         


 

 

 

Drop is geen goede zoutleverancier. de zoute smaak van drop komt niet van (keuken)zout, maar van salmiakzout (ammoniumchloride).

 

Melk en melkproducten (maximaal 3 glazen per dag – valt onder hypertone dranken)

Gewone melk bevat lactose (melksuiker), wat mogelijk bij ruim gebruik de hoeveelheid ontlasting doet toenemen. Gebruik maximaal 3 glazen zuivelproducten per dag en verspreid deze over de dag. Zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt hebben de voorkeur, omdat deze minder lactose bevatten. Yoghurtdranken hebben soms toegevoegd suiker (saccharose). Het is beter om een variant te kiezen gezoet met een zoetstof.

 

Suikers

 

Beperk het gebruik van koek, snoep, zoet beleg, honing, stroop en suiker. Deze gaan gisten in de darm en kunnen daarom laxerend werken. Suikervrije producten (gezoet met zoetstoffen) zijn toegestaan. De zoetstof fructose werkt laxerend, dit is geen goede vervanger voor suiker.

 

Fruit

 

Fruit en vruchtensap bevat vruchtensuiker, gebruik maximaal 1 portie fruit of vruchtensap per dag. De schillen en pitten in fruit kunnen de doorstroming in de darm stimuleren, het is beter fruit geschild te nemen.

 

Zetmeel

 

Zetmeel heeft een groot absorberend vermogen en kan de darminhoud goed indikken en daarmee de diarree verminderen. Maak daarom royaal gebruik van zetmeelrijke producten, zoals brood, beschuit, aardappelen, aardappelpuree, pasta en rijst.

Zoute stokjes, pretzels, chips, biscuitjes, soepstengels en zoute koekjes zijn prima om tussendoor te gebruiken, deze bevatten naast zetmeel ook zout.

 


 

Vetten

Vet wordt opgenomen in het laatste deel van de dunne darm. Als bij u dit deel ontbreekt en u heeft geen stoma wordt vet minder goed opgenomen. De ontlasting wordt plakkerig en kan zuur gaan ruiken. Dit is een signaal dat vet niet goed wordt opgenomen. Beperk dan de hoeveelheid vet in uw voeding door de volgende mogelijkheden: 

  • Maak gebruik van magere zuivelproducten
  • Kies voor 20+ kaas of magere smeerkaas
  • Kies voor halvarine of halfboter ipv margarine of roomboter
  • Kies magere vleeswaren zoals rookvlees, magere ham, kipfilet, rosbief
  • Bij de warme maaltijd gebruik maken van magere vleessoorten, kip of kalkoenfilet, magere vissoorten, een (gekookt) eitje of vegetarische vleesvervangers met maximaal 10 gram vet per 100 gram.
  • Gebruik voor de bereiding van de warme maaltijd zo min mogelijk olie, bak&braadprodukt, margarine of boter (10 gram pp).
  • kies vetbeperkte tussendoortjes zoals zoute stokjes, rijstwafel, ontbijtkoek (met minder suiker), plakjes vleeswaren, (volkoren)biscuits

 

Probeer in de loop van de tijd de vetconsumptie uit te breiden om te kijken of uw resterende darm zich al aanpast en toch het vet opneemt. Vet levert veel calorieën, als u door het noodgedwongen vetbeperkte dieet gewicht gaat verliezen moet u contact met uw diëtist opnemen.

 

Vitamines en mineralen

Afhankelijk van welk deel van de dunne darm is verwijderd kan er een tekort ontstaan van bepaalde vitamines en mineralen. Zonodig moeten deze aangevuld worden met supplementen. Indien u gebruik maakt van parenterale voeding worden daar de noodzakelijke vitamines aan toegevoegd. Het kan zijn dat uw arts beslist dat dit onvoldoende is en daarom

Indien het laatste deel van de dunne darm (Ileum) verwijderd is moet er levenslang vitamine B12 per injectie 1 x per 2 maanden toegediend worden via de huisarts.