Immunosuppressie

Immunosuppressie

Immuuninductie wordt gerealiseerd door methylprednisolon (Solu-Medrol) en Antithymocyten Globuline (ATG Fresenius) bij volwassenen en basiliximab (Simulect) bij kinderen voor reperfusie. Postoperatief wordt tacrolimus (Prograft) toegevoegd. Basiliximab wordt op dag 4 na transplantatie herhaald en de steroïden worden volgens vast schema afgebouwd. Afhankelijk van het bloedbeeld en nierfunctie wordt mycofenolaatmofetil (CellCept) gebruikt.Lange-termijn immunosuppressie bestaat uit prednison en tacrolimus, evt met mycofenolaatmofetil. Na transplantatie is het van groot belang of medicatiewijzigingen of -toevoegingen effect hebben op de immuunsuppressie. Vooral de tacrolimusspiegel kan veranderen door medicatiewijzigingen en -interacties. Ook dieetveranringen zoals grapefruit(sap) kunnen effecten hebben op de tacrolimusspiegel. Bij een te lage tacrolimusspiegel neemt de kans op rejectie snel toe. De darm is hierin anders dan lever of nier. Het is daarom gewenst om bij medicijnwijzingen of problemen altijd met het (kinder)transplantatieteam te overleggen.

professionals/ddtx/04_imm_sup.txt · Laatst gewijzigd: 2020/12/28 15:44