Rejectie
Rejectie komt vaak voor na DDTx (35%) Rejectie kan ook laat (> 2 jaar) na transplantatie optreden. Hierin verschilt de darm van andere organen waarbij er eerder tolerantie ontstaat. De diagnose rejectie is vaak lastig te stellen op klinische gronden. Veel voorkomende symptomen zijn algehele malaise, diarree, bloederige stomaproductie, koorts, ileus, leucocytose en septische verschijnselen. De meeste van deze symptomen zijn pas in een laat stadium aanwezig wanneer de rejectie moeilijk te behandelen is. Subtiele veranderingen in stoma output en milde griepverschijnselen meten bij een DDTx ontvanger al reden zijn om aan rejectie te denken. De diagnose wordt gesteld op dunnedarmbiopten. Om deze reden worst meestal een Bishop Koop stoma aangelegd zodat eenvoudig biopten uit de getransplanteerde darm genomen kunnen worden. Het stoma blijft meestal een jaar in situ omdat rejectie het meeste voorkomt binnen het eerste jaar. Na opheffen van het stoma is een coloscopie of gastroscopie nodig om biopten van het transplantaat te nemen. Feces calprotectine kan ook worden bepaald om te screenen voor rejectie, de gouden standaard is echter vooralsnog een dunnedarmbiopsie. De behandeling van rejectie is moeilijk. De eerste stap is ophoging van de tacrolimusspiegel en bolussen steroïden. Als dit onvoldoende effect heeft wordt ATG gegeven. Als de rejectie therapieresistent blijkt is spoed-transplantectomie noodzakelijk om te voorkomen dat de patiënt overlijdt aan sepsis.